Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4 verklaring van den brief aan

En wel, bij uitftekendheid en met uitzondering , .zoodanigen Q>) Hoogenpriester zoo uitmuntend, zoo voortreflijk.

Trouwens, deze Hoogenpriester is gezeh ten aan de rechterhand des trcons der Majefteit^ ns in de hemelen. De zaak, hier bedoeld is ons reeds voorgekomen in het 3de, en 13de vers des Eerften Hoofddeels. Met weinige dan.

Spreekt de Apostel van Majefteit: hij bepaalt met dat woord (Y), dat eigenlijk grootheid zegt, onze gedachten tot den grooten, den heerlijken God, bij wien niets in vergelijking komt.

Schrijft hij aan die Majefteit een troon toe, hij vertoont ons dien heerlijken God, als den regeerder, den beftuurder, van 't geheelal, daar hij, die Koning der eeuwen, als gezeten op eenen troon, het gebied voert over al wat fchepzel heet. En maakt de Apostel, hier, melding van eenen troon, met toefpeling, gelijk waarfchijnlijk is, op de Bondark, die in het aardfche Heiligdom, als de troon was, in dat Koninglijk Paleis, op en boven welken zich een heerlijk teken der Godlijke Majefteit vertoonde, men zou, ook hier,

on-

MCLXV,

gezeten aan der. des troo der Maj. in de he melen 5

toioLtov.

Sluiten