Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de hebreen. hoofdd. VIII: vs. 3—5. 2?

dan zich zeiven geofferd; want het was „ noodzaaklijk, dat hij ook wat hadde, dat hij „ offerde"

Ondertusschen, dat gene, het welk, op aarde, van hem verricht was, (daar hij zich overgaf in den dood,) maakte de volledige opoffering niet uit. Gelijk de Hoogenpriester, met het bloed der, in den Voorhof, geflachte offerdieren, moest ingaan in het Heilige der Heilige, om zijn voornaamst werk te volbrengen; zoo moest ook Christus zijn, op aarde begonnen, offerwerk, in den Hemel voltooijen.

Het gezegde is genoeg ter nadere verklaring van Christus Hoogenpriesterfchap; ten aanzien van zijn offerwerk. Maar de Apostel hadt van dezen Hoogenpriester gefproken , als nu verheerlijkt, en werkzaam in den Hemel, en dus geheel verwijderd van deze aarde.

Nu moet hij vervolgends, aantonen, dat ook dit noodzaaklijk was. — Zijn Helling is deze, vs. 4, Indien hij op aarde ware, zoo zoude hij zelf geen Priester zijn.

Zij die de leere der verzoening, zoo als dezelve, (volgends het duidelijk onderwijs van Christus en zijne Apostelen,) in de

Pro,

MCLXXVn.

Foords moest hij zijn overig Priesterwerkin den hemel verrichren. vu 4. Want indien hij op aarde ware , zou hij zelfs geen Priester zijn.

MCTAXVTH.

Daar mede 'u'or/lt niet ontkent, dat hij, op aarde , ziel» ze! ven hadt^ geofferd.

Sluiten