Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

356 verklaring van den brief aan

dat van den Heere Jesüs , overbleef: zooda* nig een tegenfpreken , zegt de Apostel, heeft hij verdragen. Al wat de Hebreen, dus ver, van tegenfpraak ondervonden hadden, 'twas, ja, beproevend en fmertlijk , doch't kwam niet in vergelijking met 's Heilands lot in dezen ; 't was, met hun, nog niet tot het uiterfte gekomen , gelijk we uit het volgend vers kunnen zien ; maar , het tegenfpreken, dat Jesus moest afwachten, hadt ten gevolg, dat hij aan 't vervloekte kruishout, overladen met fmaad en fchande, zijn leven moest eindigen.

Intusschen , zoodanig een tegenfpreken heeft Jesus verdragen. Wat zegt dit ? niet alleen , dat hij aan zulk een geweldige tegenfpraak is blootgefteld geweest , maar ook, dat hij dezelve, op eene voorbeeldige wijze, hadt ondergaan. Trouwens , hoe heeft de Heere Jesus zich, onder zulke treffende verongelijkingen gedragen? — Zien wij dit in eenige bijzonderheden. Voor eerst; wat hij ook van dien aart onderging, hij bleef ftandvastig in het volbrengen van den wil zijns Vaders, tot heil van zondaren. Alle die mishandelingen, die verfmaadheden, die verguizingen , getroostte hij zich, ter liefde van Gods gerechtigheid , die dus aan hem , als borg van oproerige, van tegenfprekende ,

zon-

Sluiten