is toegevoegd aan uw favorieten.

Verklaaring van den brief aan de Hebreen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de hebreen. hoofdd. XII: vs. l8~24. %

den; doch, waar toe, noch zoenofferandcn naar de wet, noch reinigmakingen des vleefches, vermogend waren; terwijl ze flechts eene flauwe fchaduw vertoonden van 't geen, door eene betere zoenofferande , in de volheid des tijds, zou daargefteld worden; gelijk, inzonderheid, bij de verklaring der vier eer fit verfen van het X ;e Hoofdd. , is aangetoond.

En, zoo blijkt het, dat de ontzaglijke omflandigheden der Wetgeving ; dat het Sinaï. tisch Verbond ; dat de Godsdienstplegtigheden, naar de wetten van dat verbond ingericht, dat, zeg ik, dit alles juist gefchikt was, om de waarheden van het Euiingelie der beloften, en derzelver groot belang, nader te bevestigen en optchelderen; terwijl toch alles wees op dien eenigen Verlosfer, die de reinigmaking der zonde zou te wege brengen, en den weg banen, tot de bezitting van de hemelfche ervenis.

Wat befluit moeten wij nu, uit dit alles, opmaken? Dit voorzeker, dat, hoe vreesverwekkend de Wetgeving op Sinaï, hoe moeilijk, hoe lastig, de Levitifche Godsdienst, ook wezen mogt, dat echter , wegens de weldadige, de heilrijke oogmerken van God, het een en ander, wel degelijk , als een groot, een uitnemend voorrecht, bij Akrahams nagedacht , moest aangemerkt worden.

X. DtEL. E Vraagt