Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

106 verklaring van den brief aan

geloof van hunne voorgangers flandvastig navolgen.

mdcccc Hoe zeer de Apostel dit ftuk, hier, onder Endaar ner oog beeft, zal ons nog nader blijken uit "ht'eenl de waarfcl!0mvinë > welke hij laat volgen, in nadruklij- het 9de vers. Hij zegt: En wordt niet omgeke waar- yoerd met verfcheidene en vreemde leeringen. — tf.*s.9». Maar, mij dunkt, Lezer, gij zult hier vraWordt niet gen, wat wil toch de Apostel hier , door omgevoerd „ n ., , , '. „

(wegge- vericneidene en vreemde leeringen verftaan

voerdjmet hebben? Dit vereischt ons onderzoek.

vetfeh. en r

vr. leerin- «-beringen, gelijk we weeten, zijn ingegen: rigt, om menfchen te onderrichten, aangaande het geen ze, naar het oordeel der Onderwijzers , voor waarheid te houden, of, als hun pligt, te betrachten hebben. — Hier

zijn het verfcheidene leeringen; 'tzij, ten

aanzien van derzei ver voorwerpen, als verkeerende omtrent velerleie zaken : of, met opzicht tot derzelver aart, als leeringen, die onderling ftreden, elkander overhoop wierpen , en in eene aanmerkelijke verfcheidenheid , afweken van dat gene, 't welk waarheid mag genoemd worden: waarheid, die, in betrekking tot elke zaak, flechts één is, terwijl de afwijkingen hier van, die wij dwalingen noemen , menigvuldig en zeer verfcheiden zijn. — Paulus noemt ze daarom ook

vreem-

Sluiten