is toegevoegd aan uw favorieten.
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4o4

REGISTER.

h urmen Grootvader boven hem gefield. — Zies

efraï.4.

Manna.

„ De gouden kruik, daar 't Manna in was," in

de Arke des Verb. bewaard. VI. ui ia*

Marcion.

De Marcioniten verwierpen dezen Brief; en waarom. Vbr. vu.

Masfa en Meriba. \\\, u^.

Mededeelzaamheid.

Deze meer bijzondere pligt zamengevoegd met

de weldadigheid. Zinft>eel. od OIFermaaliiiHen. X; ^ï.om

Medegenoot.

Medegenooten van den verheerl. Koning Jesus Christus in zijne zalving; me. I. au.

Medelijden.

Een Hoogenpr. moet medelijden kunnen oefenen inet den toefland van hun, voor welken hij gefield is, in de zaken, die bij God te doen zijn. Zoodanig wordt Jesus Christus de groote Hoogenpr. befchreven. En wel, „ om dat hij zelve is veizocht geweest, in alle dingen, ,, gelijk wij, doch zonder zonde." (IV: 15.) Hij kan medelijden hebben met onze zwakheden. — Als zijnde in alle dingen , gelijk als wij, verzocht geweest, doch zonder zonde. — Dit wordt bewezen ; en hoe die ter» bewijze dient, dat hij medelijden kan hebben met onze zwakheden 4 Vragen beantwoord. „ Was het noodig , dat de Middelaar zelve, in alles „ verzocht werd, ook daar toe, op dat hij ,, met anderen medelijden konde oefenen ?" — ,, Wat invloed beeft de vorige ondervinding „ op den nu verheerlijkten Jesus om hem me„ delijden te doen hebben?" ,, Strijdt zulke „ aandoening niet met zijn geluk, en heerlijk,, heid?" En, ,, zo hij al, uit eigene bevin„ ding, dus medelijden kan oefenen met onze ,, zwakheden, hoe kan de herinnering van zij„ ne eigene verzoekingen hem, met medelijdende toegevendheid, doen verkeeren omtr. „ hunne zedelijke gebreken , daar hij zelve „ geene zonde gekend heeftS" IV. 18-37.

-De