Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PRIJSVAARZEN. 227

SCHETS

VAN HET

VOORGAANDE

DICHTSTUK.

EERSTE LIDT.

Regel 1 tot 4 Verklaart den Dichter zijn Oogmerk,namentlijk de befchrijving van het gevraagde Kenmerk.

5—8 Zoekt dat te doen, niet uit Aardfche inzichten, maar ter Eere Gods.

9—14 Spreekt hij den Beftuurderen van het Genootfchap aan; hun verzoekende eene gunstige aandacht.

TWEEDE LIDT.

Regel 15 -* 22 Eene Bede om 's Heeren Licht, tot behulp der verklaaring van het heerlijk Kenmerk van het Christen Volk.

DERDE LIDT.

Vangt zijne Zangen aan als in eene Loffpraak over een Christen, ter aanwijzinge van zijne Kenmerken, als:

Regel 23 en 24 Zich '„-ïvrijdende voor de Zonden door Deugd en een rein Gevvéteten.

25 tot 28 Geduldig en fmeekende in Tegenfpoed, en door geene Zonde des Heeren wet overtrcedende, en den leer van God vasthoudende,

P 2 Re-

Sluiten