is toegevoegd aan uw favorieten.

De Nederlandsche dichtkundige schouwburg.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPELé

DERDE. TOONEEL.

towsend, thompson.

thompson.

VVel, lieve Towfend! zie hier uw' vrind, zelfs vóór iet gezette uur, tot uw' dienst aangekomen; maar, zeg mij, hoe komt het dat ik geen uwer bedienden zie ? Ik heb wel jemerkt- dat gij dezen morgen eene vergiftige fombre luim liad; maar geheel alleen in een groot landhuis omtedwalen, is het middel niet om zwaarmoedigheid te verdrijven.

towsend.

Al mijn volk heeft bezigheden verr' van huis, ook is het jeen ik met u te verhandelen heb van eene natuur die alle Dog- en oor-getuigen lastig en ongevoeglijk maakt.

thompson.

Op welk een' zonderlingen toon, Towfend! fpreekt gij aie woorden uit.' hoe koel! hoe ftroef'! het geen gij mij hebt te zeggen, moet wel droefgeestig en gewigtig tevens zijn.

t o w s e n d , met nadruk.

Dat is het! dat is het, op mijne eer! gij zult 'er van overtuigd worden.

thompson.

Gij verbaast mij. Kom, zonder Omweg , fpreek , wat hebt gij te zeggen ? De vrindfehap lijd nooit meerder dan op !de befchouwing van het lijden van een' vrind. Nooit ftift

(j 2 men