Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. 217

toont op de bezitting van haar hart, dat mijn eigen belang »an mij vordert te winnen, en alles opteruimen wat mij haar hart kan betwisten.

THOMPSOM.

Hemel! is het eigen belang, te verre gedreven, zulk een iflchuwlijk monfier!

TOWSEND.

In één woord, zo goed als in duizend woorden, Mifs noet dc mijne zijn, en daar is niets dan één flap van uwen tant die ons kan bevredigen. Gij moet haar het door haar jegeven woord terug geven, van haar afzien, en 11 zolang verwijderen tot ik gelegenheid gehad heb haar te winnen, 3ij, weg zijnde, is voor mij alle zwarigheid weggeruimd.

THOMPSON.

Denkt gij wel, Towfend! dat gij met een' man te doen icbt, die 'er belang in Helt zo wel man te zijn als vrind? :n denkt gij 'er wel bij, dat, zo ik de onbegrijpelijke laagleid hadde van u te voldoen, ik niet waardig zou zijn om onler de mannen en vrinden te worden gerekend? De waarligheid van mijn caraéter optehouden , word mij zo flerk toor mijn eigen belang voorgefchreven, als u uwe ziniooze éfde.

TOWSEND.

Noch ééns, en dat, bij alles wat heilig is! voor de laatfle naai, verwijder u van Mifs Sallij, en verfchaf mij gelegenleid om haar te winnen.

THOMPSON.

Doe uw best haar mij langs billijke wegen afhandig te laken, ik zal het met vermaak en zonder dc minfte afr O S êlln"

Sluiten