Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( XXIX )

Num. XXII.

Menfchelijkheid alleen kan omwentelingen voorkomen. Gelijkheid der menfchen is een droom uit een betoverde wacreld. Vrijheid, een zeer misbruikt woord. Maar ieder mensch heeft toch zekere regten , en moet een zekeren graad van vrijheid hebben ; anders verfcheurt hij alle banden. Men late het volk vólkomen vrijheid van Godsdienst behouden , men geve zijn manier van denken en gevoelen wat toe, en doe geen inbreuk op het geen het voor een heiligdom zijfier vrijheid aanziet. Aan hunne kinderen kunnen de Regenten best lecren, hoe zij hun volk behoorcn te be/lieren.

Num. XXIII.

Vermindering der fchattingen , cn hoe die magelijk is. Goede aanwending der Staatsïnkomft en; vasthouden aan een behoorlijken regel in de uitgaven; en vermijding van die ijdelheid, grooter Heer te willen fchijnen , dan men is. Anecdote van Czaar Peter, den Grooten.

Num. XXIV.

Sluiten