Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat zij ons vergezellen. Meer weet ik niet, ea meer wil ik ook niet weeten. Als ik de Luiden breng , waar zij weezen moeten, en men mij voor ^nijn moeite betaalt, bekreun ik mij aan het ove-

rige niet. Maar men roept mij airede.

Die driftige drommels ! —— lK komi ik

kom! vaar wel!

VIERDE TONEEL.

d r o u ë' t, alleen*

W/elk een vermoeden rijst er in mijn heftop! Zou het de Koning weezen? - Zou

onze Vader ons verhaten? . Zou hij zijne

Kinderen overgeeven aan de woede van uitheem-

fche Tijrannen? Zou hij zig de liefde van

een vrij Volk onwaardig maaken ? Zou hij geveinsd hebben ons te beminnen, om ons te gemaklijker te bedriege n — te eerder in de verfcheurende klaauwen der Vijanden van rechtvaardigheid en menschlievenheid te doen vallen? Hemel! moetik mijne oogen gelooven? of moet

ik de infpraak van mijn hart gehoor geeven? .

Deeze vertoonen mij den vlugtenden, denmeineedigen Koning , en in mijn binnenfte ont¬

waar ik de fterkfte verzekeringen, dat Lodewijk nooit een Verraader , nooit een meineedige kan ' Worden!

In diepe gedagten heen en weder wandelende.

Ongetwijfeld was het de Koningin. Ik

?ag haar yoordeezen nog eens. Dezelfde

trek-

Sluiten