Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

}2 de roemzucht".

san vreemdelingen en onbefchaamde fchuldëifchers. Hy,die bouwt, en geen vermogen heeft om het te be« taaien, verfchaft zich een wooning, om 'er uit te ontvluchten. Wat is,in Brittanië, menig heerlyk Landgoed anders , dan de losrente voor alles ; een bewys van betaaling voor al het overige des bezitters ?

De roem van pygmalion ligt in enger kring. Hy begeert geen paleizen, maar beeldwerk der oudheid. Zelfs fountain was niet meer bedreven in Parifche bevalligheden, noch de braave pembroke (x) meerder dan hy op fteen verliefd. De gerechtsdienaars (plompe, ruuwe heiligfchenners f) overvallen en gelasten hem zyn Vernis in goud te verkeeren. Neen, „ Heeren! fchreeuwt hy, liever wil ik in den kerker j, omkomen. Zouden Griekfche kunften een Engel„ fche borgtogt moeten betaalen ?" Wat wonder, indien zulke koppen hun marmeren beelden aan het lagchen bragten ? Zyn dochter fterft van honger , maar zyn Cleopatra (y~) is evenwel gered.

Laat menfchen met groote fchatten overlaaden, hun Vermogen aan een nietige beuzeling verkwisten, en d<j ryken fraaije kunsten liefkoozen ; maar is het niet droevig, wanneer wy zeggen dat gy fmaak hebt, terwyl wy moeten zweeren dat gy uitzinnig zyt ? Meet altoos uwe uitgaaven af naar uwe inkomften, en vereenig uw verftand met uwe bezittingen. Geen mensch, is door louter toeval, of by de gis gelukkig : waare wysheid is de prys der gelukzaligheid; echter zyn 'es

maar

(#) De Heer andrew fountain en de Graaf pembroke a waren beiden als kenners en verzamelaars van fraaije anties hen beroemd.

£y) Een vermaard ftandbeeld,.

Sluiten