Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34 JULIANA VAN LINDORAK;

BOSCHMAN.

Dat befluii is recht.

DE VAANDRI6.

Een paarmaalen kwam het mij' vóór als of hij de wenkbraauwen fronfelde en mij donker aanzag.

BOSCHMAN.

De wijn mag uwe oogen wel beneveld hebben!

DE VAANDRIG.

Schoft! — Ga, loop, leg u toe op naarrichterr uit het huis van Lindorak. Geef u alle mooglijke moeite om te ontdekken of 'er twist geweest is — en koom zo dra mooglijk terug. (Boschman vertrekt.) Het doet mij leed om de arme vrouw — maar elk een is immers zichzelven het naaste, ó! Mijne vervloekte onbezonnenheid! — Dat is de laatfte zaak van dien aart, waarin ik mij zal inlaaten, wannéér ik hier met eere doorkoome. — Stil! — ik hoor fpreeken — ó- de drommel! Het is Lindorak en mijn vader. — Zal ik blijven ? — Ik kan niet meer ontwijken. — ö Wee! mijn hartkloppen neemt toe. —

TWEEDE T O O NE E L.

BE GENERAAL VAN SAALSTEIN, LINDORAK 3 DE VAANDRIGGENERAAL.

Hartlijk dank, lieve Heer overfte. Ik erkenne uwe goedheid om mij de eerfle utaen na uwe aankomst te ^ fshen-

Sluiten