Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ao LIEFDE en GROOTMOEDIGHEID,

het uwe, dat zo veele lydenden aan zich verplicht, zo veele deugdloozen aan zich dankbaar maakte!

FERDINAND.

Zwyg, Willem! om's Hemels wil, geen loffpraaken. Myne deugden , zo ik ze had, zyn begraaven onder de zark van het misdryf'; zy vergaan met myne rust , met myn leven — maar haare zaaden zullen nog wel eens vruchtbaar gemaakt worden, daar . . . waar de Godheid vergeving regent, en de zon der liefde weder fchynt. Kom, gaan wy in de hut, laat ons eenige ververfching ncemen , en giet uwen weldaadigen troost in myn afgemat hart , gelyk gy altoos deed. . Vergeef my als ik u bed roe ve.

In het verfchiet ziet men Walden en Gryp, famen Jpreekende, langzaam naderen , zonder van Ferdinand en Willem gezien te worden. ö Myne Emma, had gy eene vriendin, gelyk uw Ferdinand een' vriend heeft! Willem drukt hem Jpr aakloos de hand, en Ferdinand trekt hem zagtkens in de hut.

DERDE T O O N E E L.

WALDERS, GRYP. W A L D E R S.

Verd uiveld, wat ben ik moê!... 't is ook waarachtig zotheid zulk een tour te doen op 't warmfte

van

Sluiten