Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eerste Boek.

9

de opperhoofden van het Franfche, dan door die van het Duitfche Ryk bemachtigd. De laatfte behielden eindélyk de overhand: Lotharius, Koning van Frankryk, wierd tegen het eind der tiende eeuw gedwongen zyn recht op Lotharingen aan Keizer Otto II af te ftaan. En federt zyn de poogingen om den Roomfchen Keizeren deeze bezitting te betwiften , zelden in 'twerk gefield en vruchteloos uitgevallen. Holland geraakte dus, van toen af aan, ook wederom onverdeeld onder hunne heerfchappy; en fchoon zy Neder - Lotharingen, waar dat Graaffchap toe behoorde, onder den naam van een Hertogdom te leen uitgaven: onttrokken zich echter de Hollandfche Vorften zoo veel en zoo fpoedig zy konden aan het gebied deezer Lotharingfche of, gelyk zy daarna genoemd wierden, Brabantfche Hertogen, en vonden het edeler en vryer onmiddelyk den Keizeren onderworpen, dan onderdaanen van onderdaanen en Leenmannen van Leenmannen

te zyn. ' ^ ,

Het was er echter ver van daan, dat deeze opperhoofden des Roomfchen Ryks hier te lande die onbegrensde macht meer oeffenden, die Karei de Groote en de Keizers van den Carolingifchen ftam geöeffend hadden: de Graaven, welke over de byzondere geweften hunner Mo•narchie het gebied voerden, waren toen flechts Stadhouders, die uit hunnen naam de gerechtigheid handhaafden ; voor hunne fchatkift de laften, den onderdaanen opgelegd, heften; in A 5 hunne

Sluiten