Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tweede Boek.

wy noch meer zullen moeten fpreeken, daar toe gebezigd.

Tot het opleggen van beladingen door den Vorft'behoorde in verfcheiden geweften reeds de toeftemming der Landsftenden; in geval van weigering wierd de zaak fomwylen door den Keizer beflift. Van de verfchillende takken der inkomften van een' Heer in zyn gebied, is boven omftandig gewag gemaakt. Alle vruchtdraagende voorrechten, met welken hen de Keizer beleende, by voorbeeld van bergwerken; van geleide , dat niet alleen door hun eigen land, maar zelfs wel eens door dat van een' zwakken buurman gegeeven wierd; van Jooden te houden en dergelyken , waren telkens een nieuwe bron derzelven. Zy handelden met •de Jooden, gelyk de Keizers er mede leefdenZy verleenden hun brieven van befcherming , die echter veeltyds flecht wierden naargekomen, en fchreeven hun wetten voor. De Jooden daarentegen noemden zich de Kamerknechten van zulk eenen Vorft ; en men heeft zelfs in Ooftenryk een voorbeeld, dat twee van deeze Natie zich den belagchelyken titel van Kamergraaven des Hertogs hebben toegeëigend. Nog de Chriftelyke verdraagzaamheid, nog het mededoogen met een eertyds machig en federt zyne hoofdmisdaad verlaaten en diep vernederd volk, maar alleen een fchandelyke en landverderfelyke gewinzucht deed de Vorften hetzelve in hunne ftaaten dulden, en naar het bezit daarvan haaken. Zy begreepen niet, dat die O 4 opge-

Sluiten