Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wetten en Rechtspleeging. 17

den overgebleevenen Vader of Moeder: gelyk ook plaats had, zo ze een van beiden zonder kinderen na te laateh overleeden waren. En indien dit het geval van beiden Was ,zoo verdeelden de bloedverwandten van elke zyde de nagelaaten goederen in twee gelyke deelen onder elkander ( a ).

Dat in 't algemeen kinderen de natuurlyke erfgenaamen hunner Ouderen waren, behoeft byna niet beweezen te worden. Twee lieden die hun goed aan een Kloofter fchonken, voegen 'er by: al hebben wy ons nakroost tot onze erfgenaamen ( b). Koenraad de Blinde zag ten voordeele van een Klooster van al het recht, dat heni op eenige wyze op de erffenjs zyner Ouderen toekwam, af; waartegen hem het Kloofter, behalven eene fomme gelds , 1$ Akkeren, die zyne Ouders van een ander Sticht gehouden hadden, overliet (c). Het onterven van Kinderen, zo dit geen nieuwer voorfchrift is ' moest teHildesheim voorBurgemeesterengefchieden (d). Die wet vanOsfenwerder, van welke wy zoo' even fprakén, vergunde aan

de

c«) i248. LüDEW. viii 269»

(O 1251. Gud. C. D. ii 97. (O Gud. i 611.

(<0 1249. Schsid. Or. Guelph. iv 241.

IV. Deel. B

Sluiten