is toegevoegd aan je favorieten.

Korte aanmerkingen over het Oude Testament. Voor ongeleerden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over 2 sam. XXIII. i.

387

Lofzang, die vol dichterlijke fchoonheden is, bijzonder in de befchrijving van het onweder, in het welk jehova tot davids redding verbeeld wordt te fpoeden, befpaaren tot het Boek der psalmen. — Alleen zeg ik hier, dat de Dichter, na eene verheerlijkende dank-erkentenis aan, en roem van God, en een algemeen voorftel, waar in de gantfche inhoud van dit Zegelied vervat is, vs. 2.-4. eerst zijne verlosfing uit de doodlijkfte gevaaren meer zinbeeldig befchrijft, vs. 5-17. in welk ftuk Hij zich zeiven overtreft, door het heerlijk en ontzachbaarend Tafereel van een geducht onweder, onder het welk jehova , de God der donderen, tot davids hulp verbeeld wordt, toe te fchieten. Dan vs. 18-49. wordt die zelfde Verlosfing, met meer eigenlijke bewoordingen, in zachter en min verheven ftijl, bezongen. — Waarna vs. 50. en 51. het Zegelied befloten wordt met eene nieuwe lofverheffing en dankbetuiging aan jehova, die aan david en zijn nageflacht zoo veele gunden bewezen, en toegezegd hadt tot in eeuwigheid.

HOOFDSTUK XXIII. vs. 1. Laatfte Lied.] Het laatde Dichtduk, het welk hij heeft opgedeld. Dit komt mij voor de betekenis van het Hebreeuwsch te zijn. — Ook komt de inhoud van dit Dichtduk daarmede wonder wel over een; zijnde eene herdenking van de Godlijke belofte, weleer aan hem em zijn huis gedaan, door nathan den Profeet, hoofdst. VIL Welke belofte een blij vooruitzicht voor david opende in de volgende eeuwen.

Godfpraak.} Veel heeft het begin van dit Lied van den ftijl, in welken bileüm zijne Godfpraken voortel * 4] bracht.