is toegevoegd aan uw favorieten.

Korte aanmerkingen over het Oude Testament. Voor ongeleerden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER I CHRON. VI. 8-I5. 633

het geflacht van ithamar in dat van eleüzar. Vergelijk de aanmerkingen over 1 sam. II. 31.

vs. 8. 9.] zadok en ahimaSz zijn bekend in de gefchiedenisfen van david en salomo.

vs. 10. Joh.anan.~\ Dezen houdt men voor Jojada 2 kon. XI. 4. 2 chron. XXIII. 1. enz.

AZARia enz.] Indien deze woorden zouden betekenen, dat AZAiua Hoogepriester was, ten tijde, toen salomo den Tempel (lichtte, is 'er zekerlijk eene fchrijffout. — zadok leefde ten tijde van salomo, hij, of zijn zoon ahimaSz moet dan Hoogenpriester geweest zijn, of op zijn hoogst zijn kleinzoon azaria vs. 9. toen de Tempel gedicht is, maar niet zijn oud-achter-kleinzoon. En dan zou men mogen gisfen , dat deze woorden tot den eerden azaria behooren vs. 9. — Doch, misfehien wil de Schrijver met deze woorden enkel dezen azariS. kenmerken , als onder wien iet bijzonders, met betrekking tot het Priesterambt, gebeurd is, en dit heeft indedaad bij dezen azariü plaats gehad; 2 chron. XXVI. vs. 17.

vs. 11. Amaria.~\ Dezen houdt men voor uria 2 kon. XVI. vs. 14.

vs. 12. sallum.] hoofdst. IX. ii heet hij me-

sullam.

VS. 13. hilkü.] 2 kon. XXII. 4.

vs. seraia.] Deze was de laatde Hoogenpriester voor de Babijlonifche Ballingfchap , op bevel van nebukadnezar vermoord. 2 kon. XXV. 18. volgg.

vs. 15 jozadak ] Deze heeft het Hoogenpriesterfchap niet bekleed, maar zijn zoon josua keerde naa