Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

©ver. S chron. XX. 3-ïï. 705

moet het verhaal wel begrijpen, josafat hadt den /;raëlitifchen Kening bijgedaan in eenen krijgstcgt tegen de Sijriëts. thans komt 'er onvoorziens een geducht leger van beoosten de doode zee, Moabiten % Ammoniten enz. aantrekken, die zee om, en zij zijn reeds in Juda gevalien, en tot Hazezon Tamar doorgedrongen; het gerucht, niet recht de reden van den togt bevroedende, verbeeldt zich, dat het een Sijrisch leger is, het welk eenen togt bezuiden de doode zee om na Juda doet, en onder weg de Ammoniten, Moabiten, en andere volksüammen, het zij vrijwillig of gedwongen, medeneemt, en dus eene geduchte krijgsmagt uitmaakt, om den Koning van Juda te ftraffen, wegens zijnen krijgstogt tegen de Sijriërs. — Doch, het gerucht bedroog zich , gelijk dat meermaalen gebeurt.

Hazezon Tamar of Engedi.] Ten westen van de doode zee, geen X duitfche mijlen van Jerufalem.

vs. 3. Bevreesd geworden.] Zie boven op hoofdst. XVII. 14.

Zocht zijne hulp enz.] Letterlijk : Hij ftelde zijn aangezicht, om J&uwrA. te zoeken.

vs. 5. Voor het nieuwe voorhof] Het voorhof der Priesteren, dat waarfchijnlijk, of onder josafat, of onder asa, vernieuwd of verbeterd was, gelijk wij weten, dat zulks plaats gehad heeft, omtrent den altaar, die in dat voorhof ftondt. hoofdst, XV. 8.

vs. 9.] Volgends het inwijdings gebed van saloMO —■ hoofdst. VI.

vs. 11. Om ons enz.] josafat heeft derhalven thans naauwkeuriger berichten van het oogmerk vas lEee] dc-

Sluiten