Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7o6 korte aanmerkingen

deze menigte, waar van wij over het i vers onze' ge» dachten gezegd hebben.

vs. 12.] Schoon josafat zelf een verbaazend getal gewapende manfchap te veld kon brengen, fchijnt hij thans geenen tijd, of het volk geen moeds genoeg gehad te hebben, om dat leger bij een te verzamelen»

vs. 14. Kreeg.] Letterlijk: De geest van jehova kwam op hem. — Zeker is het, zijne woorden behelzen eene waare Voorzegging.

vs: 16. Hoogte Ziz.] Of Haziz. Deze wordt zoo min als de woeftijn Jeruël ergens elders genoemd, maar uit het beloop der gefchiedenis vs. 20. moeten beiden niet ver van Thekoa geweest zijn.

ys. 20. De woeftijn van Thekoa.] Ten zuid-oosten van Jerufalem.

vs. 22. Eene hinderlage.] Men kan dit verhaal op tweederleië wijze Verftaan. -— Gelijk MicHAëuis. Roofzuchtige volken, óf Stammen in dezen oord woonende, loerden op deze doortrekkende menigte, die vrouwen en kindei en, zak en pak, bij zich hadt , en deeden 'er 'een onverhoedfchen aanval bij nacht op, waardoor verwarring ontftondt, en de onderfcheiden volken, die deze menigte uitmaakteu, eikanderen voor vijanden aanzagen, en op eikanderen aanvielen — of, gelijk h&zel. Deze volken hadden een' troep in hinderlage gelegd, deze hoorden het gejuich der Jooden, hielden het voor eenen alarmkreet, en braken op, met oogmerk, om óc jooden te wederftaan, maar vielen, door de donkerheid, op hun eigen hoofdlege — Wat men kieze, men heeft meer foortgelijke voorbeelden in de oude gefchiedenisfen.

■ vs. 25*

Sluiten