Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER JOB III. 5-9. 29

Wi 5. Geëigend hadt.] Als bloedwreker denzelven genaast, dat is, hadt die dag in het eeuwig duister van het niet mogen blijven!

Een donkere wolk.] In het Oosten is de lucht meest-al helder, en dus zijn donkere wolken daar een ontzettender verfchijnzel, dan wel bij ons.

En alle rampen enz.] Hadt die dag voorzien, welke rampen hij voor mij zou voortbrengen, zij hadden hem te rug moeten fchrikken in het niet, en ik ware niet geboren.

vs. 6. Dien nacht.] Zie op vs. 3. Nooit geteld enz.] Letterlijk : Hadt hij zich niet verheugd enz. Elke nacht en dag verheugt zich, dat is, geeft (toffe van vreugde, bijzonder geboortedagen en nachten.

vs. 8. Bezweerers enz.] Men hadt van ouds Starrenkijkers en Starrenvoorzeggers, die de gelukkige en ongelukkige dagen aankondigden , en in Egijpte zulken, die voorgaven, door hunne toverwoorden, of Talismans, opgemankt uit het ftelzel der Starren, den Krokodil te kunnen belezen. Een Dichter, zegt MicHAëLis te recht, kan zijne beelden wel ontkenen uit eene fabel, die onder zijne tijdgenoten in zwang gaat, zonder dat hij daarom aan dezelve in 't minst geloof flaat, of ze voor eene historifche waarheid wil uitgeven. —

Krokodil.] Hebr. Leviathan. Deze is de Krokodil, die in Egijpte bijzonder t'huis hoort.

vs. 9.] Hadt geen ftarrenlicbt hem befcheenen, was 'er geen morgenftond op gevolgd. — De eerde fchemering van den dageraad, het eerfte limieren van

den

Sluiten