is toegevoegd aan uw favorieten.

Korte aanmerkingen over het Oude Testament. Voor ongeleerden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

122 KORTE AANMERKINGEN

te zijn, welke de Ouden aan hunne Dichters toeken» den, in waarheid verdient. — Jammer is het, dat men, in dit punt, nog niet tot vaste grondftellingen en bepaalingen gekomen is, en dat men hier, aan den éénen of anderen kant, gewoon is, te verre te gaan. Ik kan mij, zonder wijdlopig te zijn, hier niet breeder verklaaren. Dit zij genoeg, het komt mij voor, dat men hier alles als een geheel behoort te befchouwen, en den MESsias doorgaands aan te merken in zijne betrekking tot zijne verlosten, zijn rijk en onderdaanen , en hen weder in betrekking tot Hem. Doch, meer zeg ik hier ter plaatze niet.

Daar^ de Pfalmen dichtftukken zijn, behoort de Uitlegger van dezelven, ten minften niet geheel zonder Dichterlijk gevoel en fmaak te wezen. — Dit hebben de laater Uitleggers van deze Dichtftukken, boven de Ouden, ongetwijfeld voor uit. Wat ik daaromtrent, op het voorbeeld der kundigfte nieuwe Uitleggers, gedaan heb, zal mijne Verfaaling, met mijne korte Aanmerkingen vergeleken, aan den Lezer vertoonen. — Zoo veel is zeker, dat ik de regelen, ter Vertaaling en Uitlegging, door den Hoogleeraar muntinghe , in zijne Inleiding tot zijne Vertaaling der Pfalmen , opgegeven, en die ik volkomen goedkeure, naar zijn voorbeeld, heb pogen te volgen — gelijk ik over het geheel, onder anderen, aan dezen Hoogleeraar, en aan den dichterlijken en kundigen van der palm, veel te danken heb. — Ja, geern beken ik, dat ik, toen de Heer muntinghe zijne fchoone Vertaaling der Pfalmen in 't licht gaf, aan het aarzelen gebracht werdt, omdat ik bijna wanhoopte, hem zelf*

ee-