Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over spreuk. XXII. 22-29. * XXIII. 14. 521

gaande onderfeheidt. Deze verzameling heeft vs. 1721. een opfchrift of inleiding.

vs. 22.] Van hier af beginnen deze Spreuken, die meest van een meer algemeen uitzicht zijn; en tot de burgerlijke maatfchappij behooren.

In 't gericht.] In de poorte : Letterlijk.

vs. 24. 2j.] Men mijde den omgang van haastige en ligt opvliegende menfchen, ten einde niet in moeilijkheden te geraaken.

vs. 29.] „ Waarom blijft toch zoo menig edel en veelbeloovend vernuft onbekend? Omdat het geene aanmoediging bekomt. —— Het blijft in het duister, en wordt verdrietig, omdat het niet in zijnen kring verplaatst wordt. — Daar de vlijtige en niet vlijtige even veel eere ontvangt, daar heeft men geene groote daaden te verwachten." doederlein.

HOOFDSTUK XXIII,

vs. 1-3.] „ Eene waarfchuwing voor de dwaaze begeerte naar het Hofleven en de gunst van Koningen. Koningen moeten bedienden, verkeering, en vrienden hebben, maar hun vriend en vertrouweling te wezen, is geen zoo groot geluk, als zich de geen verbeeldt, die op eenen afftand ftaat, maar gaat met veel gevaar verbonden." michaclis.

vs. 4.] salomo is niet tegen arbeid en vlijt, welke dikwijls met rijkdom, of vermeerdering van bezittingen beloond worden; maar hij waarfchuwt, dat men zich het rijkworden niet ten hoofddoel fteile, en daar toe alle plans vorme, zelfs onrechtvaardige, of laage en flaafachtige, bij voorbeeld, door het bejaa[A7»] gen

Sluiten