Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DON QUICHOT. mj

„ Tot nu toe was ik zoo bevreesd, (hoewel ik wist, niemand beledigd te hebben) en onthutst, dat ik niet in ftaat was, om zoo ten eerften een plan te maken omtrent het geen ik doen wilde, wij bleven daar den geheelen dag."

„ Nu verhaalde zij mij, dat Mrs. shelton eene dier eerlooze vrouwen was , die haar kost winnen met jonge lieden te verleiden; dat de juffrouw, die ik gezien had, door Mr. blakman bedorven was, door hulp van Mrs. shelton, en nu onderhouden wierd door een getrouwd man te London. Dat Mr. blakman van aanzienlijken huize en zeer rijk was; dat hij niets ontzag om zijne ondeugden te voldoen, en daar woonde, wijl Mrs. shelton hem in allen opzichte ten dienfte ftond. Zoo dat ik groote reden had,om verheugd te zijn over mijne ontkooming."

,, wildgoose merkte aan: dat de Voorzienigheid om wijze redenen gedoogde, dat zulke donders de volle maat hunner boosheid vol maaten, maar dat de burgerlijke wetten hen behoorden te ftraffen."

,, Wij bleeven daar den nacht,maar ik geloof, dat de lieden daar in huis, geene breede gedagten van ons hadden, althans zij gaven ons een kamer, van het huis afgezonderd door een binnenplaats. Dewijl wij den voorigen nagt niets geflapen hadden, gingen wij vroeg te bed; ik fliep tot zeeven uuren, en toen rond ziende, vond ik het bed mijner reisgenoote ledig; en tevens, dat

zij-

Sluiten