is toegevoegd aan uw favorieten.

Oudheid- en geneeskundige verhandeling over de demonische menschen, waarvan in de geschiedverhaalen der euangelisten wordt gewaagd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5a VERHANDELING

Conopius, dat is, Befchermer tegen de Aardvhoijen, voor Hercules, en die van Culiciarius, die hetzelfde beteekent, voor APollo, of die van Myïagrus, verdry ver der Vliegen, voor Jupiter. Deeze Beëlzebub had het bewind bekomen over de zielen der overleeden booze menfchen, die noch op Aarde omzwierven (c)> om zich een w00n" plaats te zoeken, welke zy zomtyds vonden in deligchaamen der Ieevendigen,als zynde voor hun, wegens de gelykheid van natuur, het best gefchikt. ■ Deeze, by de Jooden aan Beëlzebub onderworpen Demonen, zyn by de Grieken en Romeinen de fchimmen van Pluto. Dan,die Demonen , die niet onder het gebied van Beëlzebub Honden, maar dienaars van andere Archidemonen waren, worden dan eens met den algemeenen naam van Demonen

geniet den Opper-Vorst van alle Demonen, nogthans den Vorst vaneen' zekeren rang van Demonen, en die in magt boven anderen uitdak, Heer der Hemelfcbe wooning genoemd hebben; fchoon hy ook niet twyfelt, of de Jooden hebben ook wel op de andere betekenis van dit woord, volgens welke het Heer tener Misthoop, of Drek-God betekent, uit verachting, gezinIpeeU. - Deeze plaats heeft de Eerwaarde Heer RUT z my medegedeeld, uit het eerde Deel der Supplementen tot het Hebreeuwfche Woordenboek van gemelden beroemden Schryver. Vert.)

(O Van zulke omdwaaiende zielen, nadat zy haar oordeel van de onderaardfche Rechters omvangen hadden, fpreekt ook Pk A T o in zyn Phcedon p. 398. Vert.