is toegevoegd aan uw favorieten.

Oudheid- en geneeskundige verhandeling over de demonische menschen, waarvan in de geschiedverhaalen der euangelisten wordt gewaagd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over de B E Z E T E N E N, J io, 53

genoemd, en dan met dien van Engelen, Satanasfen, zynde het menschdom vyandig, en 'er fteeds op uit, om hetzelve allerlei rampen toetebrengen; eindelyk waren allen, welken post zy ook bekleeden mogten, aan Asmodaeus onderworpen,

Die in wolken gehuld, den zwarten nacht gelyk, Met boog en weiverdekten koker omhangen, Grimmig komt,en zyn' vergiftigen pyl affchict(V).

Maar fchoon nu voornoemde Satans het ligchaam en de ziel der menfchen wel poogden te befchaadigen; zo geloofde men nogthans, dat zy, door de lucht zwervende, zulks flechts van buiten door de phyfike elementen, aanblaazingen, en betovering der zinnen bewerkten, fchietende als het ware pylon, en wel vuurigen Ce), op de menfchen af; dewyl hunne natuur al te zeer van die der menlchen verfchilde,dan dat zy met hunneZelfflandigheid zelve in de menfchen konden vaaren en influipen. Dan Beëlzebub, de Vorst der fchinimen,kon, gelyk men geloofde, de zielen der overleeden booze menfchen in de ligchaamen der leevenden zenden, om dat zy, wegens de gelykheid van natuur, hiertoe

Cd) Deeze regels zyn nit Versjes van homerus en Hesiodus ontleend.

(e) Dus fpreekt ook p au lus van vtiurige pylen Ephel. VJi 16.

D 3