Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«ver de B E Z E T E N E N. J 28. 20j

Hicesius," onder wiens leerlingen was Herac l 1 d e s , en insgelyks zyn vriend Menodorus; tot welken waarfchynlyk ook noch behooren A rtemidorus uit Sida inPamphilien, zynde naamlyk de Erafiftrateifche Geneeswyze toegedaan, en Solon uit Smyrna afkomftig, benevens MycTioNof Mystion insgelyks uit Smyrna, vervolgens P e l 0 p s, Hoogleeraar te Smyrna, welkers Schriften Galenus veel gebruikt heeft, en eindelyk de oude Eude mus van Pergamenen, van welken Galenus ook met lof gewaagd.

Ten tyde van Christus, in welken Her as de Cappadocier, Al ex ander de Laodiceè'r en ApollodciRus de Pergamener bloeiden, leefde Zeuxis de Tarentiner,zeer beroemd Hoogleeraar der Geneeskunde aan den Tempel van Cauus in Phrygien Qc), na wiens overlyden Alexander.

Phi-

(*} Ziet op de voorige bladzyde de aanmerking (£). Voor 't overige zy 't my geoorloofd, eene gisflng hier te waagen, over MHSoS K«jow, by Strabo in de aangehaalde plaats; dat dit te onrecht door den Maand Carui vertaalt is, heeft Cellarius, in zyne Nolitia Orbis jtmiqui, reeds ingezien. Naar myne Vermoeding , is het woord MHNOZ ontftaan uit MHAHK., Melec, Melcb Kxgw, door de kwaade uitfpraak van het Gemeen, daar het waarfchynlyk is, dat de Cariers, die, gelyk bochart in Phaleg: toont, volicplantelingen uit Phcenicien, aan de andere zyde van Cr«t«

ei

Sluiten