Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

$io VADERLANDSCHE LXXVI.Boek.

1745. u 001 de Hano yerfche overeenkomst aan te

„ neemen; doch dat hy, deswege, vooraf

„ raadpleegen moest met het Weener-Hof; „ 't welk hy zonder uitftel doen zou. Voorts, „ zou hy de Oostenrykfche troepen doen ver„ trekken uit zyne Staaten, en hun nimmer doortogt door dezelven verleenen, om in „ Silezie, of in andere Pruisfifche Landen te „ vallen, mids zyne Pruisfifche Majefteit zy„ ne troepen uit Saxen te rug trok." Doch de Koning van Pruisfen, oordeelende, dat het Weener - Hof ligter tot verdrag befluiten zou, wanneer het Saxifche voorgegaan was, begeerde zyne Krygsmagt niet uit Saxen te trekken , voor dat de Koning van Poolen de Hanoverfche overeenkomst, zuiverlyk en eenvoudiglyk, aangenomen hadt. Het Hof van Dresden befloot, hierop, den derden van Wintermaand , in afzyn des Konings, die toen reeds naar Praag ge weeken was, de Overeenkomst aan te neemen, mids de Koning van Pruisfen de vyandelykheden, terftond, deedt ophouden ; geene brandfchattingen meer trok uit Saxen; de gevorderden wederom uitkeerde, en zyne troepen, zonder uitftel, uit Saxen deedt vertrekken. Doch de Koning van Pruisfen, toen, tot Bautzen in de Lausnitz doorgedrongen met het Hoofdleger, hadt geenen zin in 't ftaaken der vyandlykheden, voor het tekenen van 't Verdrag. Het te rug geeven der gevorderde brandfchattingen floeg hy plat af. Ten zelfden tyde, fchreef hy aan den Engelfchen Gezant Vüliers „ dat hy, met fmerte, verftaan hadt, „ dat de Koning van Poolen zyne Hoofdftad „ hadt verlaaten; dat dezelve, hierdoor, on-

Sluiten