Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

512 VADERLANDSCHE LXXVI. Boer;

1-45. aantrof, die, ter oorzaake hunner tedere jaa-

. ren, niet met den Koning, hunnen Vader,

naar Praag gevoerd waren. Hy bejegende ze zeer edelmoediglyk, en deedt ze naar hunnen ftaat bedienen. Men vondt veel gefchuts in Dresden; 't welk den overwinnaar in handen viel (K).

Üiterfte Op den dag van 't gevegt by Kesfelsdorf, aanbie- ontving de Koning van Pruisfen eenen brief Sin? van den Engelfchen Gezant Villiers, meldenvan ë de „ dat het Saxifche Hof toeftond, dat het Pruisfen. „ Pruisfifche Leger uit Saxen onderhouden „ werdt; doch hoopte, dat zyne Majefteit ,, niets meer begeeren zou." Hy voegde 'er by „ dat hy deeze verklaaring aanzag als een' „ nader' ftap tot vrede. Dat hy ook, met „ den Graave van Harrach, Staatsdienaar der „ Koninginne van Hongarye, gefproken hadt; ,, en dat hem toefcheen, dat deeze Vorstin „ niet ongezind was, om te fluiten, zo zyne „ Pruisfifche Majefteit eenige verzagting in „ de punten der Hanoverfche Overeenkomst Zp ern- „ wilde toelaaten (/)." De Koning beantwoordde en de deezen brief, uit Dresden, eerst drie dagen , ckingend na dat hy dien ontvangen hadt. Hy betuigde ven. » dat hem vreemd voorgekomen was, voor„ flagen tot vrede te ontvangen, op den dag „ van eenen veldflag; doch dat hy nog meer „ verwonderd geweest was, dat een Engelsen „ Staatsdienaar hem raaden kon, af te gaan „ van een Verdrag, welk hy met den Koning „ van Groot-Britanje geflooten hadt." Veeleer

CV) Memoir. pour 1'Hift.de 1'Europe, Tom. III. p. 355-350. V.0 Voiez Rousset Recueil^ Tom. XXI. p. 97.

Sluiten