Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«6/9.

32 VADERLANDSCHE LVII.Boek;

„ om.zig te konnen verantwoorden. Zy had-' „ den, hierom, voor best ingezien, eensvoor„ al, beknoptelyk, aan te wyzen, waar't, in „ dit gefchil, meest op aankwame. De vraag „ was, of den algcmeenen Staaten, by meerder„ heid van Jiemmen, dan of den byzonderen Staa„ ten, elk in zyn Gewest, het regt toekwame, om „ eene afdanking te doen, waartoe by de geza„ tnenlyke Bondgenooten beflooten was. De Staa„ ten van Friesland beweerden het laatfte, „ om deeze drie beflisfende redenen, i. Om „ dat dit regt onaffcheidelyk was van de op„ perfte magt der byzondere Gewesten, ge„ lyk de Staaten van Holland, in hun Vertoog „ van den jaare 1651, omftandiglyk, getoond „ hadden , onder anderen zeggende, dat de „ Gewesten 't befchik over 't Krygsvolk, ook „ na het lluiten der Unie, aan zig behouden „ hadden , en dat zy gezind waren , hunne „ Bondgenooten, in dit regt, uit al hun ver,, mogen, te helpen handhaaven. 2. Om dat „ Friesland dit regt altoos bezeten en geoe., fend hadt, gelyk uit menigvuldige voorbeel\, den bleek, hebbende, onder anderen, dit „ Gewest, ten tyde van Graave Willem Lo„ dewyk, zulk een volftrekt gezag gevoerd „ over het Krygsvolk, ter betaalinge van het „ zelve ftaande, dat 'er byzondere Legers uit „ famengebragt, de grenzen mede verzekerd, „ en Sterkten en Vastigheden door ingenomen „ waren: behalve, dat men het, fomtyds,aan „ de Bondgenooten gelyk als ter leen gegeven „ hadt, ander Krygsvolk daarvoor in de plaats „ ontvangende. 3. Om dat Friesland dit regt » nimmer afgeftaan; maar altops zorgvuldig-

„ lyk

Sluiten