Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 33 ]

Hand. IV, 12. XV, n, en XXVI, 22 worden doov önzen Schryver onder ééne klasfe gebracht, endaar uit de twee gevolgen getrokken, die ik bl. 33 in myne aantekening reeds heb bygebracht. Ik merk hier op flechts kortlyk aan , dat de eerfte deezer gevolgtrekkingen het Huk in veri'chil niet raakt, dewyl ik nooit gezegd of geloofd hebbe, dat de menfchen in de dagen van het Oude Verbond op eenen andereu weg, dan dien van het geloof aan den Mesfias, hebben kunnen zalig worden; en dat, ten aanzien van de tweede, alle deeze bygebraQhte plaatzen , zoo min, als de voorigen , ten bewyze kunnen flrekken, dat de perfoon van den Mesfias reeds in de dagen van het Oude Verbond, even volledig als in die van het Nieuwe, is bekend geweest. Hand. IV, 12 bewyst , dat 'er buiten Christus geen heil is, en dat ons geen andere naam gegeeven is, om zalig te worden. En dit heb ik altoos geloofd, en geloove het nog, als eene Godlyke waarheid. —— Hand.XVIII bewyst, zelfs volgens de verklaaring die onze Schryver, in navolginge van de meeste oude Uitleggeren, aan deeze plaatze geeft (0), dat de geloovigen onder

den

(0) Ik voege'er dit by, om dat, hoe zeer ik deeze waarheid, als waarheid, zelve toeftemme, ik van oordeel ben, dat dezelve uit die plaatze niet kan beweezen worden. De geheele famenhang leert ons, dat de Apostel hier van Heidenen fpreekti en wel van zulke Heidenen, die den Chrisjtelykea Godsdienst hadden aangenomen. Van deeze zegt

hy

Sluiten