is toegevoegd aan uw favorieten.

Wysgeerige en staatkundige geschiedenis van de bezittingen en den koophandel der Europeaanen, in de beide Indiën.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2ö6- GESCHIEDENIS

II.

Soek.

jaar te fpeenen, uit vreeze dat een Jangduüriger gebruik der Moedermelk hunne fterkte zou doen afneemen. Het gevolg der oplettendheid, die aan hun hefteed wordt, beantwoordt aan deeze beginzels.

Deeze volken erkenden voormaals geehe Gaden dan de Zon en Maan. Men offerde haar geene offeranden dan op openbaare plaatzen, omdat men geene ftoffen vondt, kostbaar genoeg om haar Tempels te ftigten. Volgens het begrip deezer Eilanderen waren de Zon en de Maan Eeuwig, even gelyk de Hemel, het gebied over welken zy onder elkander verdeelden. Eerzucht deedt haar oneenig worden. De Maan, voor de Zon vliedende, bezeerde Eich , en beviel van de Aarde ; zy was van veele andere waerelden zwanger, welke zy de eene naa de andere zal baaren , doch zonder geweldige gevolgen, ten einde om den ondergang der zulken te vergoeden, welke het vuur van haaren overwinnaar moet verflinden.

Deeze ongerymdheden waren op Celebes algemeen aangenomen ; doch zy hadden in den Geest der Grooten en des Volks niet zo diepe wortels gefchooten, als de Godsdienftige Leerftellingen by andere Naden doen. Eenige Christenen en Mahömethaanen , omtrent twee Eeuwen geleeden, hunne denkbeelden aldaar verfpreid hebbende, hadt de voofnaamfte Koning des Lands een volkomenen weerzin tegen den Nationaalen Godsdienst opgevat. Getroffen van het verfchrikkelyk toekoomende, waar mede de beide nieuwe Godsdienflen hem even zeer dreigden , beriep hy eene algemeene Vergadering : op den be-

ftem-