Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I N D E N B E K 6. 31

Nam hy de befchikking haarer zaaken op zig, hy deed het even wel niet om loon; want deeze .zeldzame kop kénde de waardigheid van een vry Man, en der menschlykheid te wel, dan dat hy iets, dat «iet onmidlyk zyn beroep was, voor loon zou kunnen gedaan hebben. Alles wat hy door zyne bekwaamheeden, tydlyk vermoogen, aanzien of kragten vermogt, dat alles, zo weinig en veel het waare, ftond ten dienste van elke redclyke Ziel; en zulks hield hy voor zo minbeduidende, zo geheet voor menschlyke verpligting, dat hem zelf de blooje dankbetuigingen daarvoor lastig vielen. Vecleri hielden deeze oprechte oude duitfche denkwyze ,voor trotschheid, —— voor een veragtlyke vvysgeerige Hoogmoed, —— doch dit alles liet hy gerust zeggen, zonder er een enkel woord om te verfpillen; hy°wist dat de gevoelens van andere menfehen hem beter noch ilegter maakte. Doch dit flegts in 't voorbygaan! —- nu weder tot ons geheim; want van den bruinen Man denken wy, te zyner tyd, nog Veel te fpreeken, is het niet in dit, het zydan in een afzonderlyk boek. De zeldzaame fchake^ zyner gebeurtenis verdient ook wel een gefchiedenis op zig zelve; gelyk wy met ons geheim pok wel een nieuw Hoofuftsk vullen kunnen.

VIER-

Sluiten