Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van PLUTARCHUS. 13

bepaalcn zich zyne reizen en uitlandigheid tot Athene, Italië en Rome: en verders tot eenige kleine Steden van Griekenland, buiten Beötie , werwaam hy of door byzondere, of door Landszaaken geroepen werdt.

Geduurcndc zyn verblyf te Rome was zyne wooning dagelyks vervuld met een zeer groot aantal zelfs van de aanzienlykfte Romeinen , byeen gevloeid om zyne Lesfen aan te hooren. Want in dezen tyd maakten de hoogde Perfoonen, de Keizers zelve, 'er zich een vermaak en eere van de Lesfen van groote Wysgeeren en beroemde Redenaars by te woonen. Met welk eene drift men de openbaare redeneeringen van Plutarchus hoorde; welk een aandacht daar by plaats had, blykt ten vollen uit het geen' hy ons zelf verhaalt, in zyne Verhandeling over de Nieuwsgierigheid (q~). „ Wanneer „ ik eens te Rome myne openbaare Lesfen „ hield, gebeurde het, dat rusticus (de, zelfde, welken Domitianus naderhand, uit „ afgunst van wegens zyn' verkreegenen roem, „ liet ombrengen) zich onder myne Toe, hoorders bevond. Een krygsknecht treedt „ binnen, en overreikt hem een brief van „ den Keizer. Elk een hield zich ftil; ik „ zelf ftaakte myne redenen, ten einde hy

„ den

(,7) II Deel, bl. 522.

Sluiten