Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NUMA en LYCURGUS. 5°7

men tot het huwelyk gefchikt waaren , en trek tot hetzelve gevoelden ; op dat het gezelfchap van den man, haar toegevoegd zynde , wanneer de natuur het begeerde , eer voor haar een beginzel van genegenheid en liefde zoude zyn, dan een bron van haat en vrees , ingeval zy tegen de natuur daar toe gedwongen wierden : en tevens, op dat haare lichaamen de noodige kragten mogten hebben , om de zwangerheid en het kinderbaaren door de ftaan ; als zynde de voortteeling het eenigfte oogmerk , 't welk hy zich in het huwelyk voorftelde. De Romeinen daarentegen trouwen haare dogters uit met twaalf jaaren en daar beneeden , oordeelende, dat zy daar door best een onbevlekt lichaam en reine zeden aan den man kunnen leveren. Het eerfte komt klaarblykelyk meer met de Natuur overeen , om kinders voort te brengen; het laatfte meer met de Zedekunde; en om gelukkig in het huwelyk te leeven («). Belangende de opvoeding der kinderen ,

hun-

(«") Dit wordt van aristoteles Politicor. L 7. wel degelyk ontkend, welke ftaande houdt , dat de wysheid zelve vordert , dat de Meisjes meer Jaaren hebben , wanneer zy in het Huwlyk rreeden ; en deze flelling heeft hy met zeer goede redenen geltaafd. Fr. Fert.

Sluiten