is toegevoegd aan uw favorieten.

Natuurlyke historie of Uitvoerige beschryving der [...] planten [...]. Tweede deels, dertiende stuk. De grasplanten.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gras planten.

433

te veidryven. Men maakt 'er, met Water, een Melk van, die door wasfchen de Huid zeer verzagt, de Sproeten wegneemt, de Jeukt doet bedaaren en inwendig tot een Koeldrank dient (*). Het Zuurdeeg maakt de Eelt en Lykdoorns, der Voeten zagt. Het verfche Brood, warm open gefneeden en met eenige Kruideryën opgelegd, heeft dikwils zwaarKolyk en andere Pynen fpoedig doen overgaan, enz (f)-

(3) Tarw met de Kelken vierbloemige Buikig en eene famengejlelde Aair.

Daar de Gebaarde Tarw, Ffoment Grtfoh in Switzerland genaamd, door verbetering van den Grond dikwils in Ongebaarde overgaat, gelyk wy gezien hebben; zo heeft het zélfde plaats in de Klem- van 't Graan. Men onderfcheidt het in Roode, Bonte en Witte Tarw, waar van de laatfte het befte Brood geeft; maar de Roode, in Zeeuwfche of Vriefche Ak* kers gezaaid, levert fpoedig Witte Tarwe uit; gelyk in tegendeel de Vriefche of Zeeuwfché*

op

(*) De Franfchen noemen dit Eau blamlié.

(f) Vid. RuT-nr Mat. Med. ubi plurima in hanc rent.

(3) Triticum Cal. quadrifloris Ventricofis, Spica cani-* pofita. Suft. Veg. XIIT. Trit. Spica bafi Ramofó. Hale. Helv. N. 1442 ? Triticum multiplici Spica. j. Bi Hift. 11. p. 408. Lob. Ic p. 26. Mor. S. 8. T. n f. 7.

Ee

II. Dbbl. XIII. Siuk.

vr.

AfdeeU

III. Hoofd»

stuk.

TariVi 111:

Triticmé compofi'.tan.

VeelAairiget