Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C *7 )

ken en dezelve uitteoeftenen in alles wat zijne medègedeeltens in hunne rechten niet benadeelt; want de vrijheid moet altoos tot een regel houden de Rechtvaerdigheid, en haar beginfel vestigen in de Natuur der gezamenlijke menfchen,"dat is, in de rede, zal zij door de wet befchermd worden. Zie Art. VI,

XXVII.

Dat ieder bijzonder perfoon, die zig de fouvereiniteit of de uitvoering daar van aanmatigd, terftond ter dood gebragt worde, door vrije menfehen. De billijkheid hier van blijkt ten klaarden uit de twee voorgaande Artikelen.

XXVIII.

Een volk heeft altoos recht zijn Conditutie te overzien, te verbeteren, of te hervormen en te veranderen. Want het ene gedacht kan de nakomende gedachten aan de wetten die het gemaakt heeft niet onderwerpen. Maar de eeuwige en onveranderlijke wet, daar de natuurlijke en onvervreemdbaare Rechten van Hph Mensch en den Burger uit volgen, kan

Sluiten