is toegevoegd aan uw favorieten.

Natuurlyke historie of Uitvoerige beschryving der [...] planten [...]. Tweede deels, veertiende stuk. De varens, mossen, enz.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D E H A A f » P H N T E N. 77

overhoeks, Liniaal, aan de tippen Zaagtandig.

In Virginie en Maryland kómt deeze Soort voor- die daar van den naam voert, hebbende de Vrugtmaakcnde Vinnetjes zeer fmal. Dezeiven zyn door de Rib van 't Vinnetje in twee ryën verdeeld, en deeze wederom overdwars afgeperkt, waar van de bynaam.

(r6) Plak - Varen met gevind Loof; de Vin^ nen langwerpig, ejfenrandig, gegolfd, ge- c jpitst; de Steng naakt. £

, Dit gerande Plekvaren , op Jamaika vallende, is door den vermaarden Sloane aan de Oevers van de Goud-Rivier overvloedig groeijende gevonden.

(17) Plak-Varen met gevjnd Lancetvormig

Loof, *

nearibus apice ferratis. Sp. Pla/tt ü. j7. Gron. Vir, 124. II. p. 165- Am. Acad. I. p. 274. Filix Mariana , Pinnulis Seminiferis anguftisfimis. Pet Alt. 246. p. 398.

(16) Acroftichum Frond. pinnatis ; Pinnis oblongis intégerrimie 'undulatis acumlnatis; Stipite nudo. Sp. Plant' N. 15. Acroft. ereftum firaplex. Brown §fam. 105 Filix major in Pinnas tantum divifa , oblongas anguftas» que non crenatas. Sloan, 3am '8. Hift. 1. p. 84. T. 40.

("17J Acroftichum Frond. pinnatis Lanceolaps, Pinnis Lineari - Lanceolatis incifo - ferratis ; Serraturis infimis

ma*

ït Dbbl. XIV, Stuk.

vir.

AïDE£t»

m

Hoofd»

(tuk.

XVI.

AcroftU tiumMar* inatum. GeïandV

XVII. 4

anïïwm.Heilig,