is toegevoegd aan uw favorieten.

Natuurlyke historie of Uitvoerige beschryving der [...] planten [...]. Tweede deels, veertiende stuk. De varens, mossen, enz.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE H.A A i R PLANTEN.

dat menze Zilverkleurig Trichomanes, aan di randen zwart, genoemd vindt byde Autheuren, De Bladen zyn omtrent een Voet lang en fco. men uit dergelyke Wortels als andere Varens voort, zoSloane aanmerkt. De Vinnen, een half Duim lang en ge-oord, naar 't ene Puntig, zyn op zyde als uitgehoekt en voorts Zaagtandig ingefneeden , van boven groen, van onderen Zilverkleurig, met eenen Mosi achtig graauwen Rand, dat de Zaaddeelen zyn.

(14) Rand-Varen met gevind Loof:, de Finnen gepaard, Lancetvormig Zaagtandig, aan den voet verfmallende; de onderften veelal driedeelig.

Die Plant, welke door Alpinus, onder, den naam van Takkig Hertstong, is befchreeven en afgebeeld , groeide op 't Eiland Kandia een Elle hoog en hadt aan lange Steelen wederzyds fmalle, fpits uitloopende, Vinbladen, zonder dat zy,zo hy zegt, Bloem, Vrugt of Zaad, voortbragt. Zy fcheen echter de

Bla-

(14) Pteris Frond. pinnatis; Pinnis oppot-. Lanceolafis ferrulatis bafi anguftatis; infimis fubtripartitis. Mant. 130. Hemionitis multifida. C. B. Pin. 354. Phyllitis Ra" mofa. Alp. Exot. 67. T. 66. Lingua Cervina Fol. Cofta] mnascentibus. Tournf. Inft. 544. T. 3«. Filix Cret minor non ramofa. Moris. Hift, UI, p. 573. S. I4< T>

II. Deel. XJV. Stu«.

VII.

AïDEBE,'

111. HooïÉh STUK.

Rand-» Varen,

XIV.

Pteri£ Cretica,

Kandiafdk