is toegevoegd aan uw favorieten.

Natuurlyke historie of Uitvoerige beschryving der [...] planten [...]. Tweede deels, veertiende stuk. De varens, mossen, enz.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IX. Afdeel,

111. Hoofdstuk.

RooSidos

3

' XVII.

trlqut* trum.

Driekantig.

a

I l I ti I

4<

422 ÜÉSCfiRÏViKO ÏAl)

Thünbêhg op het Gebergte bezuiden Batavia verzameld heeft. Hier uit blykt , dat men in Ooftindie Mosfen heeft, die' veel met de Europifchen overeenfcomftig Zyn. Linnjeus merkt aan, dat dit Quendelbladige, in Sweeden, aan Beekjes en op vogt-ge Velden overal groeit : elders zegt hy , in Europa komt het byna overal voor. In ons Land is het zo gemeen niet. Het Geftippelde vindt men te Katwyk, zo wel als het Gefpitfte, dat ook veel voorkomt in 't Haagfe Bofch : het Kinderende te Heemfe in Overysfel: het Gegolfde op verfcheide plaatren in de Weiden van Vriesland, zo de Heer >e Gorter heeft aangetekend.

Cl7) Roosmos mei drkryhe uitgebreide Els* wys' Lancetvormige gekielde Bladen.

Op Vogtige plaatfen komt zodanig Mos in wfchillende hoogte, voor, dewyl het ligt fbreekt, zegt Dillemius. De Steelen

zyn

OfUtobm Fol. trifariis patulis Subuiato - Lanceohscarmato Sp. > t»nt. N. IJt Fu ^ „ ™ ■ryum annotiuum Paluftre, Caps. Ventricofis pendui/ W*. Mus, 4o4.T. „. f. 72. Musc. dentic. luceusF ul;

anceolatum bimum &c. Dill. Musc 4o5. T. 5, f. . Èr. paluftre couiplicatum rubens &c. Dil'f juÏÏL ,6. T. 406. T. 51. f. ^