Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IX.

Afdeel.

IV. Hoofdstuk.

. Sc/turf, mos.

De Zaaden.

)

49<5 li E s t; H R Y V IH c VAK

Oppervlakte der Meelknopjes, die in dit GeflagÈ een verfchillende gedaante hebben, verfpreid. Sommigen ?yn Kogelrond, anderen Eyrond, . anderen Testikel-, eenigen Knodsachtig of Knoopig of naar de Pennen van Zee-Appels gelykende. De Jakjeszyq ook verfchillende, Kogelrond , I'ieramidaal t langwerpig en fomtyds getakt, ;n wier Holligheid de Meelknopjes doorgaans in een Lymerige Stof zitten, in éenigéö voor 't bloote Oog door drukking zigtbaar, in anderen niet dan met behulp van 't Mikroskoop , fomtyds cnkeld , dikwils op ryé'n geplnatst, zo Mich*.li üs aanmerkt.

De Zaadjes, zegt die Autheur, komen onder elkandei famengevoegd, fomtyds Draadswyze, fomtyds Troswyzo voor. Men vindtze nu eens in de Bloemdraagende Plantjes, nu eetis in die geen Bloem hebben , en wel op byzondere plaatfen of over de geheele Oppervlakte. Hy erkent, nogthans, dat men weinige Soor:en in dit opzigt volkomen bevindt; naamelyk zodanig, dat men 'er de Bloemen en Zaadjes, beiden , in kan befpeuren. Dit heeft den grooten Hall er ze beiden byna onder el. Gander deen verwarren. Zie hier wat Dilleniüs daar van zegt.

„ De Lichen is by my een Soort van Mos , dat een volmaakter Vrugtmaaking heeft ' , naamelyk zo wel Bloem- als Zaaddragende* , is : welks bloeijende Hoofdjes, van" ver-

„ fchei*

Sluiten