Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wk Mossen. 493

fcheiderley figuur, door de rypheid veele ,, eenbladige Blommetjes , op verfcheide wy-

zen verdeeld , uitgeeven , die Meel ftor„ ten , door 't Vergrootglas gezien Kogells rond , dat met dunne Draadjes doorweven 3, is. De Zaaden komen voort in andere

byzondere gaapende Doosjes , ongefteeld ,, op de vlakte van het Loof, fomtyds in de „ zelfde , fomtyds in verfchillende Plantjes , ,, van die Soort, zynde klein en platachtig ,, rond. Behalve die bloeijende Hoofdjes . ,, worden in de Gefternde Soorten Navelach< 3, tige waargenomen, zonder Bloem of Zaad,

welk alleen voorkomt in de Plantjes die ',„ geen Bloem draagen. Van bciderley ilag ,, zyn de Steeltjes doorgaans naakt, zonder

Scheedachtig bekleedzel."

Hier zou men, volgens hem, kunnen byvoegen, dat de Bladen minder dootfchynende zyn, van eene Kruidige zelfftandigheid en onbepaalde figuur, zig breed langs den Grond Uitbreidende en veel Worteltjes van agteren uitgeevende. Hall er merkt aan, dat de Lichens,in 't algemeen, geen eigentlyke Bladeren hebben, alzo het Loof uit Blaasjes beftaat, zynde doorgaans als uitgebreide Korften, droog en broofch of Lederachtig taay; gelyk zy door de Vogtigheid Lymerig worden. Men vindt 'er ook die niet als Kcrften, maar Draaden Vezelachtig zyn , doch van dergelyke natuur. I i De

II. Deel. XIV. Stuk,

I

IX. Afdeel»

IV. Hoofdstuk.

SchUrfh

wox,

Hat Loof.

Sluiten