Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van PELOPIDAS.* 237

ten, met dankbaare erkentenis jegens pelopidas, gebruik van zyne Gulheid en menschlievende Mededeelzaamheid. Eén was 'er flechts, dien hy nimmer beweegen kon om deel aan zynen overvloed te neemen. Deze was epaminondas, aan wiens behoefte hy, integendeel, deel nam, door eenvouwdigheid van kleedinge, foberheid van Tafel en door het gereedelyk ondergaan van allen arbeid, gelyk ook in het betoonen van afkeer van alle argelistigheid in het voeren van den Oorlog; in welk een en ander hy fteeds zynen roem ftelde, niet ongelyk aan den capaneus van euripides (k)t „ die overvloed van alles „ hadt, en, echter, uit hoofde zyner Ryk„ dommen geen de minfte Trotschheid „ toonde!" Integendeel toonde hy het zich tot fchande te rekenen, indien hy tot

zyne

(k~) Plutarchus haalt hier, uit zyn geheugen , aan een der uitmuntende plaatzen van den Trenrfpeldichter euripides, in zyn Stuk de Smeekende ('ifcéljSej-) geheeten, v. 861. alwaar Marckland uit diogenes laèrt. aantekent, dat de beroemde Wysgeer zeno dezelfde plaats telkens gewoon was aantehaalen.

Sluiten