Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

,fi38 "het LEVEN

zyne lyfsnooddruft meer behoefde, dan de minstbezittende Burger te Thebe. Belangende epaminondas, die, aan de Armoede gewoon, haar als een vaderlyk Erfgoed bekoomen hadt, deze maakte zich dezelve nog gemakkelyker (l) en lichter, door zich op de Wysbegeerte toeteleggen; gelyk ook door een reeds vroeg genomen befluit van ongehuwd te blyven leeven. Pelopidas, daarentegen, trouwde eene aanzienlyke en ryke Vrouw, by welke hy ook Kinderen kreeg. Niettemin was hy 'er nimmer overuit om zyne Bezittingen te vermeerderen; veeleer verminderde hy zyne Goederen merkelyk, daar hy al zynen tyd aan het Vaderland te kost leide. En wanneer zyn Vrienden hem hieromtrent onderhielden, en onder het oog brachten, „ dat „ hy één noodig ding verwaarloosde, te ,, weeten, Goederen te hebben!" — ant-

woord-

(/) By het leezen van dit gedrag van epami. Nondas brengen wy ons te'binnen het merk. waardig getuigenis door ovidius afgegeeven omtrent philemon en baucis, Herfchepp. VIII

15. vs. 633. pauper'tater,:que fatendo

Efecere levem, nee iniqua meute ferendam.

Sluiten