Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

346 het LEVEN

Lacedaemonier, gereed vonk de Grooten te vleijen , en naar de oog:n te zien; toonende hy zich, wanneer het zyn belang goldt, nimmermeer gevoelig , wen zy hem hunne meerderheid gevoelen lieten. Zulk eene gea:< tiieid nu is, naar veeier oordeel, in het ftaatkunüge, gee e der geringde middelen om groot te worden!

Voorts verhaalt ons aristoteles, ter plaatze, waar hy beweert (h) dat de grootfte Mannen van nature eene overhelïinge hebben tot zwaarmoedigheid; om welk gevoelen te ftaaven hy bybrengt de voorbeelden van soc at es, van plato en hercules (/'); dat lysander niet

van

(K) „ Men vindt deze plaats van aristotes-fis in de 30/?* Afdeelinge zyner Problemata.'' Fr. Vert.

O') Het is wel waar, dat de Fabelgefchiedenis hercules onder anderen aan ons afbeeldt, als overgegeeven aan zwaare Melancholie. Maar hoe komt hercules hier by, ja achter socrates en plato? — Niet geheel verwerpelyk komt ons,, daarom, voor de gisfing van cruseriüs, dat men, voor 'tipotnhiouc, liever te leezen nebbe 'üfXKKilrov. Elk keet den zwaarmoedigen, en door zyn geHadig fchreyen zo vermaarden

öeracl1et.

Sluiten