Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

354

het LEVEN

zo als de Dichter te recht zeide, of de Fortuin het den Athenienferen voor eenen tyd deeden tegenloopen, als wier macht tot eene verbaazende hoogte was opgeklommen (z).

Nicias dan, zich zei ven verkloekende, en zyn Lichaam geweld aandoende , bevondt zich doorgaans in perfoon tegenwoordig by alles, wat 'er verricht moest worden. Op zekeren tyd, echter, wanneer de toevallen zyner ongefteldheid de overhand gekreegen hadden , werdt zyn rustbedde geplaatst op den muur der verfchansfingen , en maar weinige bedienden waren by herff. Lamachus voerde nu het bevel over het Leger , en bevocht de Syracufaanen, die uit de Stad eenen anderen muur optrokken tegen dien der Athenienfers, welke, midden doorgaande, beletten moest, dat men hen niet van alle kanten in kon fluiten. De Athenienfers

hun-

(z) Ook de Heidenen waren van gevoelen, dat de Goden vaak den Hoogmoed van byzondere Perfoonen en Volkeren, wanneer zy zich op hunnen voorfpoed te zeer verheften, door tegonfpoed vernederden.

Sluiten