is toegevoegd aan uw favorieten.

De levens van doorluchtige Grieken en Romeinen, onderling vergeleeken.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ji6 het" léven

ftaande : „ Dat God wel de algemeene Vader is van alle Menfchen : doch dat hy de uitmuntendfte onder dezelve in het by^ zonder voor zyne Kinderen aanneemt."

Over het geheel was hy gewoon zich trotsch te gedraagen jegens de Barbaarcn, en zich voor te doen , als of hy volkoomen overtuigd -was van zyne Goddelyke geboorte en oorfprong uit ju pi ter. Maar • by de Grieken praalde hy meer ingetoogen en fpaarzaamer met deze zyne vergooding; uitgezonderd, wanneer hy eens aan de Athenienfers fchreef over het Eiland Sanaos , in welken Brief hy zich dus uitdrukte: „ Ik ben het niet, die deze vrye ü en vermaarde Stad uw Ik den in han. „ den heb gegeeven. Gy hebt haar ont„ vangen van hem , die "er toen over „ befchikken konde, en die voor mynen ,<> vader .doorging!" meenende philippus. Naderhand gekwetst zynde met een pyl, en zwaare pynen lydende, zeide hy, onder het vloeien der wonde: „ Dit, myne Vrienden , is wel degelyk Bloed , en geen ichor (V) :

»> Zo

(O Homerus Iaat ook de Goden van Menfchen