is toegevoegd aan uw favorieten.

De levens van doorluchtige Grieken en Romeinen, onderling vergeleeken.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van CAJUS JULIUS CJESAR. 157

dcrd behoorden te worden. Dit ergerde niet alleen den Raad, maar ook het volk, \ welk deze minachting, aan den Raad betoond, als eene belediging van den Staat aanmerkte, waarom elk, die niet nodig had daar te blyven, terdond geheel mistroostig been ging. C/esar dit merkende, begaf zich mede onverwyld naar huis, ontblootte zynen hals, en riep zyne vrienden toe, dat hy aan elk, die maar wilde, vrybeid gaf om hem van kant te brengen. Naderhand gaf hy voor , eenen aanval van zyne gewone ziekte gekregen te hebben , er byvoegende, dat men in zulk een geval, indien men flaande fpreekt tot het volk, zich door de aandoening der zenuwen niet &ii kan houden , maar dadelyk begint te fchudden , ylhoofdig te worden en buiten kennisfe te geraken. Dan dit was geheel bezyden de waarheid, want, naar me* zegt, had hy by de komst van den Raad inderdaad willen opdaan , maar was door eenen van zyne vrienden, of liever van zyne vleiers, cornelius balbus, tegen gehouden, welke tot hem zeide: „ be„ denkt gy niet, dat gy caesar zyt, ea „ wilt gy u niet, als den opperden, laten ,,-èerenr ^