Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ALEXANDER en CiESAR. 220

In 't Huk van wysheid , kan caïsar met alexander niet in vergelyking komen. Welke gelykheid toch is er tusfchen eenen man , zo befaamd uit hoofde van zyne Hechte zeden , dat men hem in den vollen Raad noemde den man van alle vrouwen, en de vrouw van alle mans, met eenen vorst, die een volmaakt voorbeeld was van wysheid en deugd, 't Is waar, dat beginfel, 't welk alexander door zyne opvoeding had ontfangen , had geen krachts genoeg om het ten einde toe uittehouden; het verflaauwde en verdween eindelyk geheel: in ?« laatst van zyn leven was hy niet in daat om zich te wachten van eene fnode ondeugd, waarvan hy altyd eenen afkeer had gehad; doch dit moet men alleen wyten aan den al te langduurigen omgang, dien hy met zeer verwyfde en ongebonden Barbaren had gehad. De matigheid is eene noodzakelyke deugd voor alle menfchen , maar die een vorst voldrekt niet mag ontbeeren. De tegenovergeftelde ondeugd dompelt hen in wanorden , welke , zonder te fpreken van de onheilen die dezelve kunnen dichten, hen verlagen , en hen in 't oog van anderen [P33 den

Sluiten